Vlas en Suiker

Vlas en Suiker in de Westhoek van Noord-Brabant 

Vlas en suikerbieten zijn niet weg te denken uit de geschiedenis van West-Brabant. Deze producten waren van groot belang voor het inkomen van boeren en arbeiders, voor werkgelegenheid in de streek en voor het landschap. 

Het vlas:

Vlas is uit het landschap verdwenen, in 2000 was nog slechts circa 80 hectare van dit prachtige, blauw bloeiende gewas over in de westhoek van Brabant. Veertig jaar daarvoor - in 1960 - werd door bijna 500 bedrijven vlas geteeld op circa 2000 hectare met als centra Standdaarbuiten, Noordhoek, Klundert, Zevenbergen, Steenbergen, Dinteloord en Oud-Gastel.



De suikerbiet: 

De suikerbieten staan nog steeds in het bouwplan van veel akkerbouwers en zijn vooral in de zomer en herfst sfeerbepalend voor het open boerenlandschap in West-Brabant. De suikerbieten bepalen nog altijd voor een groot deel het aanzien van het West-Brabantse platteland. Wel minder dan vroeger: in 1960 teelden 1400 bedrijven suikerbieten op 3500 hectare, in 2000 waren er nog ruim 400 bedrijven die bieten teelden op 2700 ha.


De vlasarbeid:    Repelen, roten, zwingelen en hekelen.

De Vlasserij  zorgde voor veel handen werk, zowel bij de teelt van het gewas als op de boerderij en de roterijen. Alleen al de prachtige woorden voor allerlei handelingen in de teelt en verwerking van vlas geven aan dat het een kwetsbaar en qua arbeid veeleisend product was. 
Repelen, roten, breken en zwingelen waren nodig om van het geoogste vlas tot vlaslint te komen.
Het vlaslint werd daarna gehekeld om de laatste ongerechtigheden te verwijderen waarna het werd verkocht aan de handelaren. Een deel van het jaar werkten de vlassers bij de grote boeren als landarbeider; de overige tijd verwerkten ze het vlas voor eigen rekening of gezamenlijk op coöperatieve basis in kleine fabriekjes. Het werk was zwaar en vanwege de stof vaak ook ongezond. en het inkomen was laag. In de jaren zestig verloren de meeste vlassers hun werk, voor een deel van hen bood de nieuwe champignonteelt een beter perspectief.

De verhalen:

Zoals de vlasteelt veel stof voor verhalen geeft in de oude streekromans zo is dat ook het geval met de suikerbietenteelt en dat geldt dan met name voor de bietencampagne. Vóór de tijd van de mechanisatie was het werk in de suikerbieten zwaar, bij het zaaien, wieden en vooral bij het oogsten. En daarbij kwam dan nog de strijd tussen de bietentelers en bietenverwerkers over de contracten voor prijs en levering. 
Om als boeren sterker te staan, zijn ongeveer 100 jaar geleden de eerste coöperatieve suikerfabrieken opgericht. Nu zijn er nog maar een paar fabrieken, maar nog elk najaar is West-Brabant in de greep van de bietencampagne.

De producten:

Vlas en suikerbieten vormen al tijdenlang de basis voor diverse producten, van  isolatiemateriaal tot fijne textiel, van pulp tot suikerklontjes.

Vlas is een veelzijdig product: 
Er zijn twee soorten vlas, het zogenaamde olievlas wordt verbouwd voor het zaad, hieruit wordt lijnolie geperst.
Het stro van dit vlas levert een ruwe vezel op die verwerkt kan worden tot grove garens, papier en isolatiemateriaal. 
In West-Brabant werd vooral het vezelvlas geteeld, bij deze vlassoort gaat het om het stro en niet om het zaad.
Van het stro wordt vlaslinnen gemaakt als textielvezel voor kleding, meubelstoffen en wandbekleding. Tegenwoordig levert 1000 kilo ongerepeld vlas ongeveer 130 kilo vlaslint en 120 kilo lijnzaad op.

De Suikerbiet:
Bij suikerbieten denkt iedereen aan de witte suiker voor de consumptie. Uit 100 ton suikerbieten wordt tegenwoordig ongeveer 13 ton witte suiker gehaald en daarnaast nog 4 ton melasse, 7 ton schuimaarde en 60 ton natte pulp. Deze stoffen gaan deels terug naar de boerderij als bestanddeel voor veevoeder of als vorm van bemesting. De suikerindustrie levert suiker als consumptiegoed direct aan de consumentenmarkt of aan de voeding- en genotmiddelenindustrie als grondstof. 

Met dank aan het ZLTO