Activiteitencircuit in het museum

Kinderkleding van vroeger

Meisjes met een schort, jongens met een kiel.

Leren lezen en schrijven



Nog steeds een van de belangrijkste dingen die je op de basisschool leert, maar hier met het leesplankje van Jet & Jan en met een griffel op een leitje.

Klomp versieren

Omdat kinderen nauwelijks meer op klompen lopen, doen we het hier met miniklompjes.

Af en toe stemt het resultaat tot innige tevredenheid.

Koffie malen

Dat dat nodig is, krijg je als kind van deze tijd nauwelijks mee.

Daar heb je niet alleen spierballen voor nodig, maar je moet ook opletten dat je het helemaal goed doet; met het opvangbakje tegen je been.

Sokken stoppen

Ook voor de jongens is sokken stoppen een uitdagende bezigheid. Een goede uitleg is wel nodig.

Soms moet je het even voordoen.

Vlas repelen



Dat is nog eens zwaar werk. Even is leuk, maar hele dagen achter elkaar?

Wassen met de hand

Wat er al niet komt kijken om luiers schoon te krijgen.

Moet dat zo?


Korte beschrijving erfgoedproject

Jet en Jan, jong in 1910

Het lesproject Jet en Jan, jong in 1910

Thema

Het dagelijks leven in de woonplaats van de leerlingen 100 jaar geleden

Doelgroep  

Groep 5 van het basisonderwijs

Leergebieden  

Geschiedenis, kunstzinnige oriëntatie, omgevingsonderwijs

Plaats van uitvoering  

Drie lessen in de klas, één les in het museum

Lesmateriaal

In de klas: lespakket met docentenhandleiding, tijdbalk met afbeeldingen, bordspel
In het museum: activiteitencircuit

Inleiding
In groep 5 van de basisschool wordt gestart met het vak geschiedenis. Naast de geschiedenis zelf gaat het ook over het begrip tijd: hoe lang geleden is iets gebeurd? Wat is een eeuw?

Nadeel van het hoofdstuk uit het lesboek over de tijd rond 1900 is dat het heel algemeen is over heel Nederland of zelfs Europa. Het bijzondere van het lesproject Jet en Jan is dat de thema’s uit het lesboek aan bod komen, maar dan over de woonplaats van de leerlingen zelf. Op deze manier komt de geschiedenis voor de kinderen veel dichterbij. Het wordt letterlijk tastbaar en begrijpelijker.

Opzet
Het lesproject Jet en Jan bestaat uit vier lessen:

  1. Maak kennis met Jet en Jan
  2. Wat is er veranderd de afgelopen eeuw?
  3. Museumbezoek
  4. 100 jaar later

Drie lessen worden op school door de leerkracht zelf uitgevoerd. Eén les (de derde) vindt plaats in het museum of bij de heemkundekring. Om de lessen op school te kunnen uitvoeren leent u, ongeveer één week voordat de museumles plaatsvindt, een lespakket. Hierin zitten alle materialen om de lessen op school te kunnen uitvoeren. Ongeveer één week na de museumles moet u het pakket weer inleveren. Daarna gaat het lesmateriaal weer naar een andere school. Iedere school leent het lespakket dus ongeveer twee weken.

Korte beschrijving van de lessen
Rode draad in het lesproject Jet en Jan is een voorleesverhaal. Hoofdpersonen in dit voorleesverhaal zijn Jet en Jan, twee kinderen die in 1910 leefden. Het voorleesverhaal volgt een dag uit het leven van Jet en Jan. Aan de hand van deze twee leeftijdgenootjes van de leerlingen uit 1910 maken zij kennis met thema’s als kleding, wonen, school, de buurt, eten, spelen en werken in 1910.

1. Maak kennis met Jet en Jan
In de eerste les op school maken de leerlingen kennis met Jet en Jan en hun familie via het voorleesverhaal. Daarna wordt het verhaal besproken en bekijken en bespreken ze oude foto’s. In het verhaal krijgt Jet een zilveren gulden. Aan de leerlingen wordt gevraagd te bedenken wat zij met die gulden gaan doen.

In de handleiding zit voor elk dorp waar de leerlingen op school zitten een eigen versie van het voorleesverhaal. Op deze manier wordt het leven honderd jaar geleden naar de woonplaats van de leerling gehaald.

2. Wat is er veranderd de afgelopen eeuw?
In de tweede les wordt er met de tijdbalk gewerkt. Op deze tijdbalk worden familiefoto’s van Jet en Jan en van de leerlingen zelf gehangen. Ze bespreken de verschillen tussen arm en rijk in de tijd van Jet en Jan en maken een tekening van hoe zij denken dat Jet en Jan er uit zagen.

3. Museumbezoek
In de derde les gaan de leerlingen naar het museum. In het museum doen ze in groepjes een activiteitencircuit. De activiteiten zijn in het voorleesverhaal van Jet en Jan aan bod gekomen. Ze gaan bijvoorbeeld zelf zeep kloppen, koffie malen, schoonschrijven op een leitje, sokken stoppen of vergelijkbare activiteiten die passen bij het museum. Zo beleven de leerlingen het leven in 1910.

4. 100 jaar later
Na de museumles is er de vierde en afsluitende les op school. Hier staat weer de tijdbalk centraal. In deze les gaat het over gebruiksvoorwerpen uit het dagelijks leven van de afgelopen 100 jaar. Tenslotte reflecteren de leerlingen op de vraag: wat is onmisbaar voor jou?